kat tanden gapen kattenziekte

Kattenziekte

Kattenziekte is de meest dodelijke virusziekte bij de kat en heeft een dramatisch snel en wreed verloop. Het wordt veroorzaakt door het feline panleukopenia virus.

Kattenziekte wordt veroorzaakt door het feline panleukopenia virus. Dit virus is bestand tegen vele extreme omstandigheden en schoonmaakmiddelen en blijft voor weken en zelfs maanden besmettelijk.

Risico bij Kattenziekte

Alle katten lopen risico op besmetting met kattenziekte, maar het grootste risico lopen katten in catteries, asiels en opvanghuizen. Helaas zijn er ook dit jaar nog verschillende uitbraken van kattenziekte in Nederland geweest, welke duidelijk maken hoe belangrijk de vaccinatie tegen kattenziekte is. Zoals in een asiel in Ermelo waar 27 (!) katten overleden.

Besmetting van kattenziekte

Na een besmetting wordt de kat snel ziek en leeft vaak niet langer dan 24 - 48 uur. Braken, diarree en hoge koorts zijn de eerste verschijnselen.

Het virus beschadigt de darmen zodanig dat het lichaam geen voedingsstoffen en vocht meer kan opnemen, zodat het dier ernstig uitdroogt en uiteindelijk overlijdt. Zelfs met intensieve behandeling door de dierenarts is de overlevingskans zeer laag.

Antistoffen bij kattenziekte

Pasgeboren kittens worden beschermd door antistoffen, die in de moedermelk worden uitgescheiden. De kwaliteit van deze bescherming is afhankelijk van de hoeveelheid moedermelk die de kittens drinken.

De hoeveelheid antistoffen die door de moederpoes in de moedermelk wordt uitgescheiden, wordt onder andere bepaald door het al dan niet goed gevaccineerd zijn van de moederpoes.

De meeste kittens hebben genoeg beschermende antistoffen tot de leeftijd van zes - acht weken, variërend tot 12 weken.

Risico vanaf zes-acht weken

De leeftijdsperiode van zes - acht weken kan risicovol zijn omdat de hoeveelheid antistoffen van de moeder net te laag is voor voldoende bescherming, maar wel nog hoog genoeg om de vaccinatie onvoldoende te laten aanslaan.

Vaccinatie tegen kattenziekte

Vaccinaties tegen kattenziekte geven een goede bescherming en worden voor elke kat aangeraden vanwege de ernstige gevolgen van een infectie met kattenziekte.

Pas als 70 procent van alle katten in een populatie gevaccineerd is, voorkomt dat uitbraken van het virus. Helaas is dit aantal nog lang niet bereikt.

De vaccinaties zijn dus belangrijk voor de bescherming van de gezondheid van de eigen kat, maar ook van alle andere katten in Nederland.

Binnen blijven? Vaccinaties!

Ook voor katten die niet buiten komen wordt de vaccinatie geadviseerd, omdat het virus heel lang kan overleven op vele soorten materialen. Daardoor kan het gemakkelijk worden overdragen via de mens (schoenen, tassen, handen etc.) en eventueel andere huisdieren, die wel buiten komen.

Op negen weken leeftijd wordt de eerste vaccinatie gegeven en vervolgens na drie - vier weken herhaald.

In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij een hoog besmettingsrisico in asiels of juist bij het lang blijven bestaan van antistoffen uit de moedermelk (catteries), kan het nodig zijn om op 16 - 20 weken leeftijd nogmaals te vaccineren.

Na de vaccinatie: nog één

Eén jaar na de eerste vaccinatie behoren alle katten een boostervaccinatie te ontvangen en deze moet vervolgens met een interval van drie jaar worden herhaald.

Vaccinatie bij chronisch zieke katten

Juist ook bij katten met chronische ziekten als bijvoorbeeld suikerziekte, nierproblemen of te hardwerkende schildklier wordt de vaccinatie van kattenziekte geadviseerd.

Twijfels of vragen?

Heeft u twijfels of vragen? Neem contact op met een Sterkliniek ibj u in de buurt

Neem contact op met een dierenarts

Ziet u symptomen in dit artikel terug bij uw dier? Maak een afspraak bij een kliniek. Een dierenarts kan beoordelen of behandeling nodig is.

Vind uw kliniek